1 oktober 2019

Menu met cocathee
Om 8:30 staat Danny voor de deur, klaar voor de trip met de TeleferiQo naar ruim 4000 meter. Ik meld hem dat we het met z’n tweeën moeten doen. Cockie is vannacht afgehaakt met symptomen die ook op eerdere vakanties beschreven zijn: ernstige hoofdpijn en overgeven. Vermoedelijke oorzaak, zegt de zieke zelf, oververmoeidheid en de hoogte. Ons hotel staat op 2810 meter, zo’n beetje het laagste punt in de omgeving! Hoe dan ook, na 5x overgeven, een zetpil en slapeloze uren, is er in Cockie’s tank geen brandstof meer over.
Bij het ontbijt hoeft ze niets (en dat is een ernstig teken!). Ik maak een halve liter ORS voor haar klaar en in de keuken schudt de bazin een medisch kookboek uit haar mouw: heel goed zijn Grenadillas (een soort Passievruchten), vers sinaasappelsap en helemaal het summum is Cocathee. Doe er nog twee schijven Papaya bij en vanmiddag is ze weer helemaal het vrouwtje. Ik help het haar vurig hopen, werp nog een bezorgde blik achterom en meld me dan bij Danny.
Het is spitsuur in de stad, alle verkeer dat de stad in wil staat volkomen vast. Er zijn nogal wat tunnels en ook daar staan auto’s en bussen vrolijk te ronken. Quito is een langgerekte stad, gebouwd op een plateau tussen twee rijen van vulkanen. Er dus weinig plek in de breedte (de stad is maximaal 8 kilometer breed) en veel meer plek in de lengte van het plateau. De stad is dan ook ruim 70 kilometer lang. En wij vertrekken vanuit het oude koloniale centrum (waar ons hotel staat), een centrum gekenmerkt door smalle (tot zeer smalle) straatjes en oude gebouwen met een Spaanse bouwstijl. Daarover vanmiddag meer.
Nu eerst de kabelbaan. Die brengt ons in een kleine 20 minuten van 3100 meter naar iets meer dan 4000 meter. Hij draait nu langzaam, zegt de dienstdoende dame, maar je kunt ook in 6 minuten naar boven. Dat doen we als het erg druk is. Nu zijn er niet meer dan 20 mensen.
Boven is het fris, maar niet koud. Helaas is het erg bewolkt, van de stad in het dal is niets te zien. Maar het is ook weer niet zo bewolkt dat we niet kunnen genieten van de flora en fauna hierboven. We maken een rondwandeling van ongeveer 1,5 uur en zien veel endemische planten. Danny blijkt naast chauffeur en reisleider, ook nog een verdienstelijk vogelaar te zijn en heeft een redelijk spottersoog. We zien aardig wat beestjes en mij nieuwe fototoestel doet goed zijn best.
Dan terug naar beneden en kijken hoe het met Cockie gaat. Wat beter, maar nog niet goed genoeg om mee te gaan met de wandeling door het oude centrum. We lopen vanaf het hotel naar het Plaza Grande (het vroegere Onafhankelijkheidsplein). Danny heeft zich goed voorbereid en transformeert nu tot een ‘gids wetenswaardigheden van de oude stad’. We lopen kerk in, kerk uit, indrukwekkend allemaal. Die Spanjaarden gingen voor goud, zo zegt Danny, in tegenstelling tot de oorspronkelijke bewoners die het zagen als ‘de tranen van de zon’. Ja,ja, denk ik, de kerken zijn aan de binnenkant volledig voorzien van goud, de altaren zijn van een pompeuze rijkdom die adembenemend is, maar dat is toch echt niet opgebracht door alleen maar de Spanjaarden. Daar zullen de beminde gelovigen (en dat zullen toch vooral de oorspronkelijke bewoners zijn) in grote mate aan bij hebben (moeten) gedragen. Hoe dan ook, het is indrukwekkend en na zo’n twee uur heb ik het wel gezien. Naar het hotel maar weer.
En daar komt Cockie me op de trap tegemoet, vrolijk lachend ‘ik doe het weer’. Alle reden om lekker uit te gaan eten, een restaurantje om de hoek met een dakterras op 5 hoog. Je kijkt in het avondlicht over Quito heen, het is prachtig.
Morgen gaan we verkassen naar de nevelwouden, iets minder hoog dan Quito. Om 7 uur vertrekken we, u hoort wel of we op tijd wakker zijn.